1946-1950

Nieuw bestuur
 
Inmiddels had ACV na de oorlog in het seizoen '45/'46 vrijwel direct een nieuw bestuur gekregen. Dit had men tijdens de bezetting ook afgesproken. Voorzitter Dhr. H. Ruiter,  secretaris Dhr. A. de Bruin,  penningmeester Dhr. R. Alberts, algemeen adjunct Dhr. L. Haaksma, leden de heren J. van Faassen en A.J. Jansen. In de elftal-commissie zaten de heren H.H. Westerhof, J. Klok en A.J. Jansen.
Een jaar na de oorlog telde de vereniging 71 leden, waaronder slechts 11 aspiranten.
 
Nieuw jasje clubblad
 
Het clubblad kreeg in januari 1946 een nieuwe redactie bestaande uit de heren L. Feijen, A. de Bruin en J. Geertsema. Na wat aanloopproblemen bij drukker Tobi verscheen het blad weer in januari 1946. Voor het eerst kreeg "de ACV-er", ter dekking van de hogere produktiekosten een advertentie-omslag met voorop "De Nieuwe Drentsche Courant", die zich presenteerde als "Het ABC voor Drentheland". Ook andere bedrijven vonden snel een plaatsje in dit maandorgaan dat zodoende in een nieuw jasje stak. Donateurs konden zich overigens abonneren op het clubblad voor de prijs van fl.1,50 per jaar.

 

Twee kampen over de "C"
 
Vrijwel iedere bestuursvergadering kwam in telegramstijl in het clubblad opdat de leden zo volledig mogelijk geïnformeerd werden over het reilen en zeilen van de vereniging en bondsbesluiten in het land. Vooral dit laatste was van belang, want ACV wilde in het seizoen '46/'47 eindelijk wel eens in competitieverband uitkomen. Al in 1945 werd daarvoor het fundament gelegd dat in 1946 resulteerde in een besluit. Een keuze die echter binnen ACV niet zonder slag of stoot tot stand kwam.
De "C" van ACV , waaraan al vaker stichtelijke stukken in het clubblad waren gewijd, was onderwerp van gesprek waarvan het verder handelen en beslissen over lidmaatschap van de bond afhankelijk waren. ACV was aangesloten bij de Nederlandse Voetbal Bond (thans KNVB); een organisatie die zowel zondag- als zaterdagvoetbal (het laatste nog niet in Drenthe) organiseerde. De CNVB was tijdens de oorlog immers opgeheven. Toch was ACV nog altijd lid van de Vereniging van Christelijke Voetbalverenigingen (VCV).
In het bestuur ontstond een discussie over dit vraagstuk, waarbij de principes zwaar wogen. Feit was, dat de Nederlandse Voetbal Bond óók (lees: vooral) het zondagvoetbal organiseerde, steunde en propageerde, en dat er zelfs bij haar afdeling Drenthe nog steeds geen zaterdagcompetitie was verwezenlijkt. Ging dit niet in tegen de principes zoals deze in de reglementen van ACV waren omschreven? Door contributiebetaling aan die bond werd immers het zondagvoetbal ook indirect gesteund. Wat wilde ACV nu eigenlijk om toch eindelijk in het seizoen 1946/1947 in competitie verband te kunnen spelen, lid blijven van de NVB of aansluiten bij een nieuw op te richten CNVB.
 
De doorbraak en wens in vervulling
 
Opeens waren de problemen voor ACV en gelijkgezinde verenigingen in maart 1946 uit de lucht, toen er een fusie plaatsvond op landelijk niveau tussen de NVB en de nieuwe CNVB. Ook de Vereniging van Christelijke Voetbalverenigingen zou met behoud van eigen identiteit onderdeel worden van een landelijke voetbalbond. Deze nieuwe Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond zou voortaan al het competitievoetbal regelen. Het bestuur van ACV evenals de leden konden zich hierin vinden.
Zowel de KNVB (district Noord), met als competitieleider Dhr. J. Veldkamp, als het VCV werden door middel van brieven van ACV dringend verzocht nu toch snel plannen te maken om een zaterdagcompetitie in Drenthe van de grond te krijgen. Aangezien het aantal zaterdagclubs in Drenthe nog te laag was om een competitie op te zetten, moest ACV zich op andere mogelijkheden beraden. Omdat ACV anders regionaal opnieuw buiten de boot dreigde te geraken, werd besloten om ACV in te schrijven voor de competitie van de Groninger Voetbal Bond. Een lang gekoesterde wens ging eindelijk in vervulling.

 

Bonte avond
 
Op 11 maart 1946 werd in de Wilhelminazaal (zaal Nijborg), aan de Rolderstraat 10, het zeven-jarig bestaan van ACV gevierd. Een vreemd getal denkt U wellicht. Eigenlijk was het een opnieuw gehouden jubileumavond van het vijfjarig bestaan. Toen werd dat gevierd op de jaarvergadering in 1944, maar zonder vrij veel leden die in Duitsland te werk waren gesteld, in gevangenschap waren of ondergedoken zaten. Een bijzonder hoogtepunt die avond was de vertoning van de "ACV-film" (na jaren een première) samengesteld en gedraaid door dokter Offereins. Hij had de "oude" ACV-ploeg in haar gloriedagen (1939 en de eerste oorlogsjaren) voor de lens genomen en bracht haar bij deze gelegenheid voor even weer "tot leven". Waar het filmpje ooit is gebleven (?).

 

Na-oorlogse accommodatie.
 
In 1945/1946 speelde ACV nog op het zogenoemde handbalveld omdat het oorspronkelijke terrein aan de Broeklaan niet meer te gebruiken was; er was zelfs een soort tankgracht door gegraven. Toen ook het handbalveld in 1947 door de KNVB terecht werd afgekeurd, maakte de N.V. Sportpark met grote spoed het veld aan de Broeklaan weer in orde. Op 18 oktober 1947 kon het ACV-terrein opnieuw geopend worden. De kleedgelegenheid van het inmiddels afgebroken theehuis “Tivoli” werd vervangen door een geel houten gebouwtje naast het huis van de fam. Smit. Er was overigens nog geen kleedkamer voor de scheidsrechter, zodat hij genoodzaakt was zich bij één van beide ploegen om te kleden.
 
Sterk debuut
 

 
ACV1 op het VCV-toernooi in 1947.
Achter: P. Gordijn, R. Alberts (best.lid), J. Feijen, B. Tromp, J. Klok, G. Westra, P. Selles. Midden: J. Beukema, J. Blijham, W. Roelofs, M. Westra. Voor: J. Mekelenkamp, B. Nowee, A. Jansen.
 
In de eerste competitie in het seizoen 1946/1947 bleek ACV meteen al één van de sterkste ploegen te zijn. Op 7 september 1946 was ACV ingedeeld bij allemaal Groninger clubs. Oranje Nassau, ACV en Poolster uit Spijk zouden in een nek-aan-nek-race uitmaken wie zich de eerste kampioen van de Groninger Voetbal Bond mocht noemen. ACV eindigde op de tweede plaats op slechts één schamel puntje van Oranje Nassau.
Bij uitwedstrijden werd het eerste jaar nog gereisd met de vrachtwagen van Reiber, later werd de "bellewagen" van Harmanni ingezet. Het tweede elftal en de aspiranten gingen met de dienstbussen van de EDS. Iedere speler moest bijdragen in de reiskosten.
Een opmerkelijk feit in de junioren-competitie was, dat de wedstrijd tegen Poolster in Spijk de eerste helft uitwedstrijd was en de tweede helft de return. Dit om de reiskosten te drukken.

 

ACV's eerste kampioenen
 
 
Eerste kampioen van ACV: ACV A1 in 1948/49.
Achter: Dries Otten, Appie Vos, Wolter Snippe, Jan Klok (leider), Wim Faber, S. v. Goor, Jannes Groenewold. Voor: Siep v.d. Laan, Steven Grit (midden), J. Hazeveld, Roelof Mennega.
 
In het seizoen 1947/48 kwam ACV1 in de nieuw ingevoerde 4e klasse van de KNVB uit en zette enkele jaren achtereen verdienstelijke resultaten neer zonder zich echt met een kampioenschap te kunnen bemoeien.
De aspiranten, oftewel A-junioren, hadden echter meer succes. Dat leek er eerst niet op, want in 1947 was het volgens "de ACV-er" nog "een zielige vertoning" toen er met 0-11 van de Heracliden werd verloren. Het jaar daarop konden de jongste ACV-ers opeens voetballen alsof het een lieve lust was en promoveerden ze tot "de trots van de vereniging". In maart 1948 werden ze kampioen van de afdeling Drenthe. De eerste ACV-kampioenen! Ook waren ze het sterkst op het door ACV georganiseerde eerste Arendsoog-jeugdtoernooi, waardoor de Greving-wisselbokaal werd binnen gesleept.
In 1949 werd de Drentse titel door A1 geprolongeerd. In dat zelfde jaar waren ook de B-junioren van ACV bijzonder succesvol. In een spannende strijd werd er met 1-2 afgerekend met de sterke B-junioren van Attila (nu FC Assen), waarna de kampioensvlag in top kon.
 
Op kamp
 
Dat er voor de jeugd met enthousiasme wat georganiseerd werd bleek uit het feit dat zowel in 1948 als in 1949 werd deelgenomen aan de eerste KNVB-jeugdkampen op "Klein Zwitserland" in Nunspeet. Jeugdleiders Jan Klok en Anne Brouwer gingen in de schoolvakantie met zo'n 15 opgeschoten knapen een weekje op pad. In 1948 werd op het daar gehouden voetbaltoernooi een derde plaats behaald. De pers werd echter gehaald met het behalen van de correctheidsprijs, in de vorm van een zilveren lauwertak, wegens voorbeeldig gedrag.
Voor dit kamp werd overigens speciaal een ACV-vlag ontworpen en gemaakt. De benodigde textielbonnen werden middels een oproep in het clubblad verzameld. Een provincievlag, die tevens de tent sierde, werd ter beschikking gesteld door de V.V.V.-Assen.
 
 
Jeugdkamp te Nunspeet in 1948.
Achter: Jannes Groenewold, Anne Brouwer, Jan Klok, Appie Vos, Dries Otten, Siep v.d. Laan, Henk Bos, Jan Grasmeijer. Voor: Jan P. Alberts, Gerrit Geerts, Roelof Lanting, Steven Grit, Wolter Snippe, Roelof
Mennega, Henk Groenewold, Joop Otten, Femmo Brouwer.
 
Het eerste kruisje
 
Het tienjarig bestaan van ACV ging niet ongemerkt voorbij. De jeugd had al met de kampioenschappen sportief bijgedragen aan de feestvreugde. Ook stond er weer een bonte avond op het programma. Met eigen optredens en die van het dolkomische cabaretduo "Abel de Vries en van Weerd" was het lachen, gieren en brullen. De muzikale opluistering was in handen van het accordeonorkest met tot de verbeelding sprekende naam "The Horseless Cowboys" (De Paardenloze Koeiendrijvers). Er werden ook nog zaken gedaan die avond. Het garantiefonds "Bondsdagtoernooi" (ACV zou in het kader van haar tienjarig bestaan het VCV toernooi organiseren) werd fl.300,- rijker. Timmerman-aannemer J. Geerts schonk ACV een prachtige prijzenkast uitgevoerd in eikehout en glas, gevoerd met groen laken. Het eerste gewonnen "edelmetaal" zou zo een eervol plaatsje kunnen krijgen.

 

Wapenschouw van het Zaterdagvoetbal
 
Op Tweede Pinksterdag, 6 juni 1949, viel ACV voor de eerste maal de eer te beurt om de Noordelijke Bondsdag van het VCV, beter bekend als het VCV-toernooi te organiseren. Het paste uitstekend in het kader van het tienjarig bestaan.
Op deze "wapenschouw van het zaterdagvoetbal" waren 21 clubs aanwezig die op 6 velden 60 wedstrijden onder leiding van 23 scheidsrechters te spelen hadden. In geen van de poules viel ACV in de prijzen, maar zowel in de regionale als de landelijke pers (Dagblad Trouw) werd ACV geprezen om haar uitstekende organisatie, die " op rolletjes liep".
 
Maanlandschap
 
Na het grote VCV-toernooi viel half 1949 voorlopig het doek voor het voetballen aan de Broeklaan. Ruim twee maanden lang zou het veld wegens de tien dagen durende tentoonstelling "Drenthe Oud en Nieuw" (D.O.E.N.) niet beschikbaar zijn. Het werd uiteindelijk twee seizoenen, want na dit evenement was het veld in een maanlandschap veranderd. ACV verhuisde tijdelijk naar het hockeyveld aan de Lonerstraat (Dijkveld). Ook de "zusters" Achilles, Attila en Asser Boys stonden klaar om op lovenswaardige wijze ACV door de moeilijkheden heen te helpen.
In maart 1950 werd ACV door de N.V. Sportpark echter beloofd, dat er vier sportvelden aan de Broeklaan worden aangelegd, die in het seizoen 1950-1951 bespeelbaar zouden zijn.

 

Allerlei sportief in notendop
 
 
ACV 2, het eerste senioren elftal van ACV dat kampioen werd.
Achter: R. Ytsma, J.Groenewold, H. Bosch, J. Klok, P. Selles, A. Brouwer. Voor: J. Baakman, T. v. Dam, J. Postema, M. Faber, J. Daverschot.
 
Op 18 maart 1950 werd ACV2 twee wedstrijden voor het eind van de competitie met vlag en wimpel kampioen van de Drentse Voetbal Bond. Het was de eerste keer dat een seniorenteam van ACV de titel behaalde. De kampioenswedstrijd tegen VLBO in Smilde werd met 7-1 gewonnen en zelfs grote rivaal SSSV kreeg later nog met 0-1 klop. Opmerkelijk was het feit dat ons tweede toen bij veel eerste elftallen was ingedeeld.
ACV1 eindigde als vijfde in de competitie en werd uit de KNVB-beker geknikkerd door Sportclub Genemuiden (5-1). Wel won ACV het prestigieuze nederlaag-toernooi van Attila. Na een beslissingswedstrijd tegen LEO uit Loon (4-2) werd de wisselbeker in de wacht gesleept. De veteranen kregen medio 1950 zowaar hun eerste échte competitie en moesten de degens kruisen met Attila, Achilles en Asser Boys.
Op Pinkstermaandag 1950 werd deelgenomen aan het VCV-Bondstoernooi bij Oranje Nassau Almelo. Hier wist ACV echter geen prijzen te winnen.
Op 1 juni 1950 kwamen H.M. de Koningin Juliana en Z.K.H. Prins Bernard voor een koninklijk bezoek in Assen. Aan het grote defilé dat georganiseerd werd, nam ook een forse ACV-afvaardiging deel, uiteraard netjes in volledig tenue. De ca. 50 deelnemende leden werden door het bestuur aangewezen.
 
Slimme zetjes
 
Er werd een begin gemaakt met de zogenaamde "FICO-avonden" om de kas te spekken. Een financiële commissie organiseerde gezellige avonden met onder andere een tombola waarvoor de leden zelf prijzen inbrachten. De slimme formule bleek succesvol, want het eerste doel was een trainingsfonds waaruit een gediplomeerde trainer kon worden betaald.
De eerste die het zwartkijken bij de wedstrijden van ACV aanpakte was Dhr. Albert Grit. Het was hem opgevallen dat menig wandelaar, maar ook andere nieuwsgierigen, op zaterdagmiddag gratis mee keken vanaf de Broeklaan. Lange stukken jute en palen waren, met steun van de supporters, aangekocht om de niet betalende toeschouwer de blik te ontnemen
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!