1956-1960

Jeugd bleef scoren en moeilijke tijden ACV
 
Het seizoen 1955/1956 leverde kampioenschappen op voor ACV 3 en de B-junioren. Deze laatsten wonnen ook het HZVV B-junioren toernooi dat hen de officieuze titel van "Drents kampioen" opleverde.
In 1957 prolongeerde ACV 3 de titel. Bij de jeugd was het ACV A1 dat de kampioensvlag kon hijsen na de monsterscore van 21-1 tegen BSVV. De twee seizoenen daarop '57/'58 en '58/'59 bleef het telkens nummer 1 in de competitie.
 
 
ACV A1 kampioen 1956/57. 
Achter: Jan Alberts, R. Alberts (best.lid), Paul Daverschot, Henk Mulder, Geert Kuil, 
J. Klok (leider), Wiebe Oosterhof, Klaas v.d. Molen, Scheids., A. de Bruin (best.lid). 
Voor: Jan Götz, Lou Matthijssen, Berry de Bruin, Jan Tabak, Dick Scheper.
 
Heibel om de toto
 
Opnieuw een principekwestie, die "de tongen bij ACV en in den lande danig in beroering bracht". De KNVB had einde 1956 het plan opgevat tot het instellen van de voetbalpool oftewel toto voor de 250.000 leden van de KNVB en onderafdelingen.
Met het instellen van de voetbalpool werden volgens ACV de grenzen van het toelaatbare volledig overschreden. Het gegeven om geld te winnen met gokken of wedden waren onverenigbaar met de Christelijke waarden en normen. De unanieme mening bij ACV op de ledenvergadering in 1957 was, dat men niet langer lid van de KNVB wenste te blijven wanneer de voetbalpool zou worden ingevoerd. Er waren pogingen van ACV-voorzitter Hendrik Ruiter en secretaris Arie de Bruin (de laatste zat ook in het VCV-bestuur) om de Christelijke clubs mee te krijgen zich los te maken van de bond. Het baanbrekend werk bleek tevergeefs; de andere Christelijke clubs waren niet mee te krijgen. De KNVB-toto werd met grote meerderheid (85-3) door het "Voetbalparlement" aangenomen.
Einde van het lied: De coup was mislukt en ACV bleef lid van het VCV en de KNVB; ongetwijfeld met knarsende tanden.
 
Kunstlicht
 
In 1957 was er een periode geweest dat de schamele provisorische verlichting tijdens de training het liet afweten. De avondtraining werd enige tijd stilgelegd. In februari 1958 werd er weer licht in het donker gebracht. Eén mast met vijf lampen moest voortaan de mogelijkheid bieden om op een klein veldje trainingen bij "betrouwbaar" kunstlicht te houden. Hopelijk kreeg Teddy v.d. Horst, destijds de trainer, nu wat meer klandizie van de heren voetballers. De trainers werden overigens in die tijd, gezien de financiën, maar voor korte perioden ingehuurd. Eigen krachten, zoals Thiel Wezel en later Stoffer Dijkhuis vulden bij tijd en wijle de tussenliggende perioden in.
 
Nieuwe penningmeester voor lange tijd
 
Nadat de penningmeesters van ACV in de vijftiger jaren het meestal om de twee of drie jaar wel hadden bekeken, werd in 1957 Dhr. Barteld Crajé benoemd. Hij was een echte doorbijter, want hij zou de komende 18 jaren de penningen beheren. Ook nam hij de administratie van het clubblad ter hand. Redacteur Roelof Alberts (die in 1957 aftrad, maar geen vervanger kon vinden dus van nood maar doorging) vond in hem de administratieve steun en toeverlaat. De entreeprijzen voor de wedstrijden van ACV werden verhoogd van 40 naar 50 cent.
 
Aanzuiveren
 
Met zegeltjesacties (gestart in maart 1958) werd een trainingsfonds bekostigd, waaruit het honorarium aan de trainer werd betaald. Dit lukte vaak maar ternauwernood, want er was in deze tijd een chronisch begrotingstekort bij ACV dat men met allerlei acties probeerde aan te zuiveren. Zegeltjes sparen voor andere doeleinden (de "Kwatta-soldaatjes" leverden 3 ballen op, de Castella-kopjes, de Broekema-kannetjes, de "Persil-emmertjes" en de "Enka-punten" voor huishoudelijk materiaal) leek, getuige de clubbladen, volkssport nummer 1 te worden bij ACV.
De reiskosten voor de senioren werden terug gebracht door het gebruik van particulier vervoer met auto's. De jeugd bezocht de tegenstanders in de nabije omgeving meestal per fiets.
 
Herstart pupillenvoetbal
 
Eigenlijk was er al enige tijd pupillenvoetbal bij ACV. De categorie 10 tot 12-jarigen kwam altijd woensdagmiddag in het veld, onderling of tegen uitgenodigde teams. Vanaf 1958 gingen de pupillen deelnemen aan een échte competitie. In het seizoen 1958/59 werd zowel ACV A1 als ACV B1 weer kampioen. Het ledental van ACV was inmiddels de 150 gepasseerd.
 
 
ACV B1 kampioen 1958/59: 
Achter: L. Jonkers, Siep Hoekstra, Jan Eefting, Louis Kuil, Jan Oostijen, Jan Oosterhof.
Voor: Jan Beuving, Willem Scheper, Herman Sterken, Johan Popken, Louis Hoekstra.
 
De snoepverkoper
 
Een bekende verschijning destijds was snoepverkoper Jene de Gries, die met zijn versnaperingen jarenlang in het weekeinde tijdens de wedstrijden vrijwel alle Asser voetbalvelden aandeed. Nagenoeg gestrekt liggend op zijn invalidenwagen, zorgde hij voor de versterking van de inwendige mens. Vaste prik was hij ook altijd bij ACV waar hij op de nodige klandizie kon rekenen. Hij bleef dit doen totdat ACV een eigen verkooppunt kreeg in de zestiger jaren.
 
Vriendschapsbeker
 
Wat begon als een jaarlijkse vriendschappelijke ontmoeting van senioren- en juniorenelftallen van ACV en HZVV uit Hoogeveen, groeide in 1959 uit tot het toernooi om de "Vriendschapsbeker". Deze werd de Nieuwe Drentse Courant-Beker genoemd. De wedstrijden werden het ene jaar uit, het andere jaar thuis gespeeld, waarbij het totaal aantal wedstrijdpunten van de clubs de beslissing moest brengen. Er zouden vele afleveringen volgen, waarbij menigmaal de beker in Assen belandde.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!